Terug naar overzicht
8 maart 2018

De technologische make-over van onze groense provincie (De Tijd) Nieuws

Steenkool en wijdse natuur, het zijn twee clichés die onlosmakelijk met Limburg verbonden zijn. Laat net dat vandaag ook twee belangrijke troeven zijn om nieuwe techbedrijven en talent naar de provincie te trekken. Limburg speelt zijn centrale ligging volop uit bij buitenlandse investeerders. In een straal van 250 kilometer rond de provincie wonen 50 miljoen mensen.Werknemers vinden lukt hier vrij makkelijk. Ik krijg wekelijks 20 tot 30 spontane sollicitaties binnen zegt oprichter en ceo Ugentec Wouter Uten.

DronePort
Een groepje mensen troept in de winterzon samen voor een verlaten militaire vliegtuigloods. Hun aandacht gaat naar een grote rechthoekige witte doos, die enkele meters verder op het beton staat. De zijwand van de doos vouwt zich open, en we zien een schaal naar buiten schuiven met daarin een uit de kluiten gewassen drone. Enkele seconden later zoemt het toestel hoog in de lucht, waar het enkele toertjes maakt om daarna feilloos weer in het midden van de schaal te landen.

We wanen ons even op de set van een Bondfilm, maar we staan gewoon op de oude militaire luchthaven van Brustem, in Sint-Truiden. Aan de horizon zien we de contouren opdoemen van wat vanaf volgend jaar de centrale campus zal zijn van DronePort, het Limburgse test- en incubatiecentrum voor de drone-industrie.

Het cliché dat er in Limburg nog ruimte is om te ondernemen, is hier wel heel zichtbaar. Boven de weiden en boomgaarden van de fruitstreek is een zone afgebakend van maximaal 12 bij 7 kilometer waarin dronebedrijven, met de nodige vergunningen, veilig en legaal kunnen vliegen, tot op een hoogte van 600 meter. Een unicum in België, dat ook op de interesse kan rekenen van bedrijven uit de buurlanden.

De drone die we net zagen vliegen, werd ontwikkeld door het Hasseltse bedrijf DroneMatrix. Het toestel kan dankzij allerlei sensoren autonoom opstijgen, vliegen en weer landen in zijn basisstation – de grote witte doos. DroneMatrix praat met verschillende bedrijven die zijn drones willen inzetten voor bewakings- en inspectieopdrachten, bijvoorbeeld op industrieterreinen of op grote bouwwerven.

De start-up is een mooi voorbeeld van de innovatie waar DronePort op mikt.

Peter Dedrij, manager DronePort:
‘In deze sector zit veel ICT-ondernemerschap. Je kan een drone met allerlei sensoren en camera’s uitrusten, wat technisch veel mogelijkheden biedt. Maar dat botst met de streng gereguleerde luchtvaartsector. Die twee werelden proberen we te verzoenen.’

De nieuwe campus opent pas volgend jaar de deuren, maar Limburg en Vlaanderen bleken de voorbije jaren al vruchtbare grond voor de ontluikende sector. Het Antwerpse Unifly, dat kaarten en navigatiesoftware ontwikkelt om drones veilig door de lucht te loodsen, haalde eind 2016 vijf miljoen euro op en werkt aan internationale uitbreiding. Ook bedrijven als het Hasseltse Airobot (vliegende industriële robots) en het Leuvense DroneGrid (inspectie van zonnepanelen) spelen in op zakelijke nichemarkten waar ze veel toegevoegde waarde kunnen bieden. Het lucht- en ruimtevaartbedrijf Sabca kondigde eerder al aan dat het in Brustem een drone-afdeling wil uitbouwen.

DronePort is maar een van een tiental techincubatoren en bedrijfscampussen die de jongste jaren her en der in Limburg werden opgericht (zie kaart). Ze verschillen wat inhoudelijke specialisatie en omvang betreft, maar ze hebben allemaal één gemene deler: de financiering en het vastgoed komen grotendeels van de LRM, de Limburgse investeringsmaatschappij die begin jaren 90 werd opgericht om te bouwen op het puin van de oude steenkoolmijnen.

Dat laatste mag u gerust letterlijk nemen. Er is in Limburg geen mijnsite meer te vinden of er staan nieuwe kantoren en labo’s waarin start-ups en onderzoekers aan de toekomst werken. De combinatie van goedkope ruimte en oude industriële gebouwen laat hier toe om unieke werkplekken te creëren waar in andere provincies gewoon geen plaats meer voor is.

Thorpark-Campus Genk en EnergyVille
Een mooi voorbeeld daarvan is de Thorpark-campus op de oude mijnsite van Waterschei, nabij Genk, waar 100 hectare beschikbaar is voor bedrijven en voor het wetenschapspark Energyville. Het Vlaamse onderzoekscentrum Vito doet er samen met de KU Leuven onderzoek naar de energiesystemen van de toekomst, zoals efficiënte opslag en slimme energienetwerken. Een labo voor groene energie op de plek die België decennialang van zwarte energie heeft voorzien.

‘Vanaf mei worden afdelingen van het onderzoekscentrum imec en de UHasselt in een nieuw gebouw gehuisvest. Zij brengen expertise op het vlak van materialenonderzoek voor nieuwe zonnecellen, en de volgende generatie solid-state batterijen’, zegt Bert Gysen, operationeel directeur van Energyville. ‘Die krachtenbundeling maakt ons uniek in de sector. Er bestaan in Europa wel andere samenwerkingsverbanden, maar alleen hier zitten we ook fysiek bij elkaar. Dat is belangrijk. Mensen moeten elkaar kennen en vertrouwen om te kunnen samenwerken.’ Volgens Gysen worden de Vlaamse researchers nu veel vaker dan vroeger gevraagd om mee te werken aan Europese projecten, terwijl ze vroeger zelf de telefoon moesten nemen. ‘We zijn in Europa van de Jupiler Pro League naar de Champions League gepromoveerd.’

Het is wel nog afwachten hoeveel bedrijven en jobs die research zal opleveren, aangezien Energyville zich pas 1,5 jaar geleden in Genk vestigde. In het naastgelegen starterscentrum IncubaThor is een kwart van de kantoren na drie jaar nog niet gevuld. Maar de aantrekkingskracht groeit, zegt Gysen. ‘Vanaf september zullen hier opleidingen komen van VDAB en Syntra, en zullen op de hele site zowat 1.000 mensen werken.’

De site is ook in de running voor een mogelijke pilootfabriek rond ‘additive manufacturing’, flexibele industriële productie met behulp van 3D-printers. De initiatiefnemer is Flanders Make, het Vlaamse onderzoekscentrum voor de maakindustrie. ‘Met zo’n fabriek willen we de brug slaan tussen onze toonaangevende 3D-bedrijven en de Vlaamse maakindustrie, die de technologie nog niet goed kent en aarzelt om erin te investeren’, zegt Marc Engels van Flanders Make. Over mogelijke tewerkstelling doet hij nog geen uitspraken. Maar de ambities reiken veel verder. ‘Tegen 2025 willen we hier met 6 à 7.000 mensen zijn, zowat evenveel als er banen verdwenen zijn bij Ford Genk’, zegt Gysen. Op de oude site van de autofabrikant, enkele kilometers verderop, is nog eens 50 hectare beschikbaar waar het Genkse stadsbestuur graag een innovatief productiebedrijf zou verwelkomen. Toen bekend werd dat Umicore op zoek is naar een plek voor een grote nieuwe batterijenfabriek, was de Genkse burgemeester Wim Dries (CD&V) er als de kippen bij om zijn stad aan te prijzen.

De boude ambities verraden veel over het zelfvertrouwen dat de Limburgers de voorbije jaren hebben opgebouwd. Niet zonder reden. De provincie beleefde vorig jaar haar moment de gloire toen de werkloosheid er, enkele jaren na het drama van Ford Genk, voor het eerst onder het Vlaamse gemiddelde zakte. Het Limburgse voorbeeld inspireert vandaag ook andere oude industriële regio’s, zoals de regio rond Charleroi.

Corda Campus Hasselt


De Limburgse transitie wordt nergens beter geïllustreerd dan op de Corda Campus, een bedrijvenpark net buiten Hasselt, op de terreinen van de vroegere Philips-fabriek. Vijf jaar nadat LRM de researchcampus heeft overgenomen van de stad Hasselt, staat Corda bekend als een van de meest succesvolle tech-hubs van het land: 95 start-ups en 120 scale-ups, samen goed voor 3.500 jobs, vinden er onderdak in zes gebouwen op een oppervlakte van 60.000 m².

Later dit jaar wordt die ruimte met de helft uitgebreid, en volgend jaar al hoopt Corda de kaap van 250 bedrijven (waarvan 150 scale-ups) en 5.000 jobs te ronden. Heel moeilijk wordt dat niet, want de vraag is systematisch groter dan het aanbod, zegt directeur Raf Degens.

‘We willen ook stoppen bij 250 bedrijven. Een beetje schaarste is niet slecht.’

Wat verklaart die aantrekkingskracht? Mobiliteit is zeker een factor. Hasselt ligt buiten de verzadigde as Brussel-Antwerpen en profiteert van zijn centrale ligging. ‘We hebben al in 2010 voor Hasselt gekozen uit geografische overwegingen’, zegt Bert Baeck van Trendminer, een snelgroeiend bedrijf dat met data-analyses de processen in de petrochemische industrie verbetert. ‘Van hieruit kunnen we vrij snel naar onze klanten, de 6.000 petrochemische fabrieken in Antwerpen, Rotterdam en het Duitse Roergebied.’

Menselijk kapitaal
Een andere factor die de ondernemers op de campus aanhalen, is de toegang tot hun belangrijkste grondstof: menselijk kapitaal. ‘Werknemers vinden lukt hier vrij makkelijk. Ik krijg wekelijks 20 tot 30 spontane sollicitaties binnen’, zegt Wouter Uten van Ugentec, een bedrijf dat software ontwikkelt waarmee medische labo’s sneller DNA-analyses kunnen maken.

Corda heeft goed begrepen dat je jonge hooggeschoolde werknemers aantrekt door een omgeving te creëren waarin ze ook graag willen werken. De campus biedt de keuze tussen verschillende restaurants en bars, heeft een fitnessruimte en een sauna, en bedrijven als KBC en Carrefour experimenteren er met een minibankkantoor en een afhaalpunt voor boodschappen. ‘Ontzorging’ is het codewoord.

Daarnaast probeert Corda een hechte community te bouwen door regelmatig bijeenkomsten of feestjes te organiseren. ‘Het feit dat we elkaar kennen, maakt het ook makkelijker om sollicitanten naar elkaar door te sturen’, weet Bieke Van Gorp van Fibricheck, een start-up die een app ontwikkelde om hartritmestoornissen op te sporen.

Degens blikt al vooruit op de volgende fase in het masterplan voor de site. Daarvoor wordt gedacht aan een nieuw parkeergebouw en de verbouwing van enkele oude loodsen tot multifunctionele wooneenheden. ‘Niet voor gezinnen, maar voor talent zoals expats en freelancers. Die mensen zijn al die onpersoonlijke hotels beu.’ Het succes van Corda inspireert. Kortrijk hoopt met Hangar K (zie hiernaast) een gelijkaardige dynamiek te ontwikkelen. En Corda zelf overweegt een filiaal te openen in het noorden van Limburg.

Het roept wel de vraag op hoeveel incubatoren en bedrijvencentra een relatief kleine regio als Limburg echt nodig heeft. Het is misschien te vroeg om de balans te maken, maar kleinere incubatoren zoals C-Mine Crib in Genk of Greenville in Houthalen lijken voorlopig de kritische massa te missen om uit te groeien tot echte technologische hotspots. Limburg is ook nog niet helemaal af van de politieke reflex om elke grote gemeente haar reconversieproject te gunnen, vaak met de inbreng van lokaal belastinggeld.

Limburg Startup


Bij LRM lijken ze dat gevaar ook te beseffen. Om te vermijden dat Limburg een provincie wordt van techeilandjes zijn meer samenwerking en kruisbestuiving de nieuwe ordewoorden. Met dat doel werd Limburg Startup (LSU) in het leven geroepen, een netwerk dat de incubatoren moet verbinden en dat over de provincie heen zo’n 200 coaches ter beschikking stelt om jonge bedrijven te begeleiden.

Daarnaast zoekt Limburg ook meer aansluiting met de aangrenzende kenniscentra in Leuven, Eindhoven en Aken. ‘Die steden zijn geen concurrenten van ons, maar potentiële partners’, zegt Degens. ‘Aken heeft de meest gerenommeerde technische universiteit van Duitsland, maar in Vlaanderen beseft niemand dat. De Duitsers zouden eens wat vaker naar links moeten kijken, en de Limburgers wat vaker naar rechts.’

Auteur: De Tijd, Wim de Preter
Delen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

NieuwsWhat‘s new around the block