Een werkplek boeken in één van onze incubatoren? Dat kan hier.

Belgische starters hebben beste slaagkansen van Europa

Bijna twee op de drie Belgische starters overleven langer dan vijf jaar. Geen enkel Europees land doet beter. Wie de stap naar een eigen zaak durft te zetten, is hier vaak al zeker van zijn stuk.

Tegenover de buurlanden kent België relatief weinig starters, maar wie hier een eigen zaak begint, heeft de beste overlevingskansen van heel Europa. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die De Tijd opvroeg bij de Europese statistische dienst Eurostat. Van de 36.200 Belgische ondernemingen die in 2009 werden opgericht, overleefde 62 procent langer dan vijf jaar. Het gaat dan zowel over zelfstandige ondernemers die een eigen zaak beginnen als over start-ups. Managementvennootschappen, holdings en ‘papieren spookbedrijfjes’ worden niet meegeteld.

Sven De Cleyn, de directeur van de incubator iStart van Imec, die al 175 start-ups begeleidde:

‘De hoge overlevingsgraad in ons land is deels te verklaren doordat Belgen in vergelijking met andere landen voorzichtiger zijn’, zegt . ‘In België zullen velen pas hun eigen bedrijf starten als ze al zekerheid hebben over een paar zaken die de slaagkansen sterk verhogen. De administratieve drempels en de opstartkosten liggen hier hoog in vergelijking met andere landen. Dat maakt dat ondernemers er pas aan beginnen als ze zeker zijn van hun stuk.’

Dat Belgische starters het lang uitzingen, is niet altijd een goede zaak, oordeelt Karen Boers, de stichter en CEO van de start-upcommunity startups.be. ‘In België

is het niet goedkoop om een bedrijf stop te zetten. Daardoor blijven veel bedrijven op papier bestaan met in de praktijk nauwelijks nog activiteiten. Door het stigma op falen houden sommigen hun bedrijf kunstmatig in leven, terwijl ze eigenlijk beter de boeken zouden neerleggen en met een nieuw project aan de slag gaan.’

Boers vindt ook niet dat we het succes van start-ups moeten overdrijven. ‘Van de starters die langer dan vijf jaar overleven, blijft het gros klein en lokaal. Slechts 10 procent slaagt erin echt uit te breiden. De paar Belgische start-ups die internationaal kunnen doorbreken, zijn maar het topje van de piramide.’

Van de 36.200 startende ondernemers in 2009 konden er net geen 100 hun zaak na vijf jaar uitbouwen tot meer dan 10 werknemers. Ruim de helft bleef zelfstandige zonder personeel. Toch doen onze starters het op vlak van tewerkstelling niet slecht. Voor alle starters samen dikte de werkgelegenheid in vijf jaar met net geen 10 procent aan tot 56.200 jobs. In de meeste buurlanden ging de werkgelegenheid bij starters na vijf jaar achteruit. Enkel Nederland doet het fors beter met in vijf jaar een verdubbeling tot bijna 200.000 jobs bij starters.

België kent ten opzichte van de buurlanden relatief weinig starters. In 2009 werden in ons land 3,4 nieuwe

ondernemingen opgericht per 1.000 inwoners, terwijl Nederland 7 starters per 1.000 inwoners telde. Toch ziet De Cleyn beterschap. ‘De voorbije vijf jaar is een inhaalbeweging gemaakt op de buurlanden en nu zitten we op hetzelfde niveau. Er is veel meer begeleiding en ondersteuning gekomen voor starters. Enkele drempels om te ondernemen zijn intussen ook weggewerkt en stimulerende maatregelen zijn ingevoerd, zoals de taxshelter voor wie in start-ups investeert. Ik ben hoopvol dat onze starters van vandaag over vijf jaar op het vlak van overlevingskansen nog steeds in het koppeloton zullen zitten.’

© Limburg Startup - LSU 2022